Wie voor het eerst een houtkachel of open haard heeft, merkt al snel dat brandhout niet gewoon brandhout is. Het ene blok vlamt binnen een minuut op en is een halfuur later verdwenen, het andere komt traag op gang en gloeit nog na als de rest van het huis al slaapt. Dat verschil zit voor een groot deel in de houtsoort. Wie weet wat berken, beuken, eiken, elzen en essen in het vuur doen, stookt prettiger, schoner en met minder blokken per avond.

Zacht en hard: het verschil in de praktijk
Houtsoorten worden grofweg verdeeld in zachte en harde soorten, en dat zegt vooral iets over de dichtheid. Berken en elzen zijn relatief licht: er zit minder houtmassa in een blok van dezelfde grootte. Beuken en eiken zijn zwaarder en dichter. Licht hout ontbrandt snel, geeft meteen een levendige vlam en is ook weer snel op. Zwaar hout heeft meer tijd nodig om aan te gaan, brandt daarna langer en gelijkmatiger en laat een gloeiend bed van kolen achter dat lang warmte afgeeft.
Per kilo droog hout scheelt de hoeveelheid energie tussen de soorten weinig. Per blok, of per kubieke meter, scheelt het wel, simpelweg omdat er in een blok eiken meer kilo’s zitten dan in een even groot blok berken. Wie harde soorten stookt, hoeft dus minder vaak bij te leggen. Wie zachte soorten stookt, heeft sneller een vlam die de moeite van het kijken waard is.
Berken en elzen voor de open haard
Een open haard is eerlijk gezegd geen efficiënte verwarming. Het grootste deel van de warmte verdwijnt door de schoorsteen, en de trek is lastig te regelen. De reden om hem aan te steken is de vlam, de geur en het geluid. Dan wil je hout dat snel aangaat en een mooi, rustig vuur geeft. Berken is daarvoor de klassieke keuze: het ontbrandt makkelijk, brandt met een heldere vlam en vonkt weinig, wat bij een open vuur zonder deur geen bijzaak is. Elzen gedraagt zich vergelijkbaar.
Wie haardhout voor de open haard bestelt, doet er verstandig aan om de soort bewust te kiezen in plaats van het eerste gemengde net dat voorhanden is.
Beuken, eiken en essen voor de houtkachel
Een kachel werkt anders. De verbranding vindt plaats in een gesloten ruimte met regelbare luchttoevoer, waardoor het vuur veel langer op een gelijkmatige temperatuur blijft. Daar komen de harde soorten tot hun recht. Beuken is een allrounder die goed aangaat en lang brandt. Eiken brandt nog langer en trager, maar komt moeizaam op gang en vraagt om een kachel die al goed op temperatuur is. Essen zit ergens tussenin en wordt door veel stokers gewaardeerd omdat het gelijkmatig brandt en weinig gedoe geeft.
In de praktijk stoken veel mensen met een combinatie: een paar blokken berken om het vuur op gang te brengen, daarna beuken of eiken om de avond mee door te komen. Een kachel die eenmaal warm is, verbrandt eiken zonder moeite.
Droog telt zwaarder dan de soort
Alle verschillen tussen berken en eiken verbleken bij het verschil tussen nat en droog hout. Vers gekapt hout bevat ongeveer de helft van zijn gewicht aan water, en dat water moet eerst verdampen voordat er iets brandt. Nat hout sist, vonkt, rookt en zet de ruit en het rookkanaal vol roet. Onder de twintig procent vocht brandt hout schoon en geeft het zijn warmte aan de kamer in plaats van aan de schoorsteen.
Golden Flame, een familiebedrijf dat al sinds 1972 in brandhout handelt, met eigen productie in Polen sinds 1995 en eigen droogovens, levert al zijn soorten ovengedroogd tot onder die grens, zodat het hout direct stookklaar is. Het bedrijf voert alle vijf genoemde soorten en is al bijna twintig jaar FSC-gecertificeerd. Voor de stoker betekent ovengedroogd hout vooral dat de houtsoort ook werkelijk doet wat erover beloofd wordt: berken vlamt, eiken gloeit, en geen van beide sist.
Bloklengte en de juiste mix
Tot slot een detail dat vaak vergeten wordt: de lengte van de blokken. Een compacte kachel heeft korte blokken nodig, zodat er rondom lucht bij kan en de deur dicht kan zonder wrikken. Een grote open haard verdraagt juist langere stukken die rustiger branden.
Wie net begint, kan het beste een gemengd pakket bestellen en zelf letten op wat het hout doet. Na een paar avonden weet je precies welke soort je in welke fase van het vuur wilt hebben. Daarna bestel je gerichter, en stook je met minder hout een warmer huis.
